Foto: Peter Vermeulen - Steenbergse Courant
Foto: Peter Vermeulen - Steenbergse Courant
zondag 14 juni, 12:00

George Rammeloo: “Ik heb een werkelijk fantastische tijd in Onze Stede gehad”

STEENBERGEN - Hij is inmiddels 99 jaar oud geworden. Nog steeds in goede gezondheid, geestelijk nog zeer fit en zelfstandig wonend. George Rammeloo mocht van 1973 tot 1989 de scepter zwaaien in het vroegere bejaardenverzorgingshuis Charitas, het latere Onze Stede. “Nog elke dag denk ik met plezier terug aan die jaren daar. Ze waren geweldig. Ik had een duidelijk doel: zorgen dat de bewoners een leuk leven hadden tot aan hun dood. Dat ze het gevoel ervaarden dat ze nog mee telden”. Daaraan werkte ik niet alleen, maar samen met medewerkers waarvoor ik bewondering had. Zij verzorgden de bewoners liefdevol en betrokken”. Oud-directeur Rammeloo kijkt ter gelegenheid van het 20-jarig jubileum van tanteLouise desgevraagd met enorm plezier terug over zijn periode bij de voorlopers van de huidige zorgorganisatie.

George Rammeloo kwam vanuit het Zeeuws Vlaanderens Philippine via Oudenbosch naar Steenbergen. Hij werd er benoemd tot directeur van het toenmalige Charistas. “Overste Gertrudis, een lieve non, deed een stap opzij en werd van directeur de hoofd verpleegkundige. Toen ik startte in Charitas waren er nog 44 nonnen, waarvan er 15 werkten in het bejaardenverzorgingshuis. Ikzelf - toen 46 jaar oud - kwam uit de confectie-industrie. Daar gaf ik aanvankelijk leiding aan zes werknemers, het bedrijf groeide uit tot honderdvijftig personeelsleden. Die industrie liep echter terug en ik liet mij testen. Als geschikt beroep kwam daar directeur van een bejaardenhuis uit. Een sollicitatie bij Charitas werd het gevolg en ik werd aangenomen.”

Met veel geduld aan de slag

Ik wist aanvankelijk niets van een bejaardentehuis en stapte op mijn eerste werkdag Charitas binnen. Daar startte ik met het me oriënteren en ik vormde mezelf in de jaren erna een beeld van hoe ik dacht dat het leven voor de bewoners zou moeten zijn. Zr. Gertrudis gaf aan dat ze heel blij was dat ik kwam. Ze vond het veranderen met medezusters moeilijk. Ik ben met veel geduld te werk gegaan.Elke maandagochtend zat ik met de afdelingshoofden - allemaal nonnen - bij elkaar en kwam regelmatig met ideeën die de nonnen vaak niet echt apprecieerden. Maar ik had de steun van hun hoofd, moeder overste Frederica uit Roosendaal. Met haar besprak ik mijn bedoelingen en zij gaf aan het helemaal met mij eens te zijn. Hierdoor stond ik sterk.Ook van het bestuur kreeg ik alle ruimte. Vanuit de cursus voor directeuren die ik twee jaar lang volgde, kwamen tal van ideeën die strookten met mijn eigen beeld. Onze bewoners moesten vrijer zijn, het ‘moeten’ moest verdwijnen. Op hun eigen kamer moesten zij kunnen bepalen hoe ze het wilden. Het zijn ook geen dieren die je in een hokje zet. Iedereen mag zijn zoals zij of hij dat wil. In mijn idee mag je niets gebieden, je kunt slechts adviseren”.

Veranderpunten

Ik herinner nog onze eerste bestuursvergadering. Voorzichtig wachtte ik tot de rondvraag en kwam vervolgens met een lijstje veranderpunten. “Jij bent onze procuratiehouder. We geven je graag de vrije hand en hebben vertrouwen in je. Als we vinden dat het niet goed gaat hoor je ons wel”.

Gezellige aula, betaalbare kapsalon en snoepwinkeltje

“Het oude Charitas gebouw was zeker niet optimaal voor wat ik voor ogen had. Ik heb de aula helemaal laten moderniseren. Nieuw meubilair met een bar erin. Elke woensdagavond zorgden we ervoor dat er iets te doen was. Daarbij werd altijd koffie en thee geschonken en was er een drankje. Het begon toen echt te lopen. Ik vroeg de kapster om op onze kosten een kapsalon in te richten. Ze hoefde er zelf niets voor te betalen. De enige eis was dat ze haar tarieven zou aanpassen, waardoor deze betaalbaar werden voor de bejaarden. De bewoners hadden zakgeld, al werd dat vaak door familieleden ingepikt; die kwamen regelmatig hun handje ophouden. We hebben ervoor gezorgd dat de bewoners dit voortaan zelf konden besteden. Bijvoorbeeld in het snoepwinkeltje dat ik had laten inrichten.”

Onze Stede

Het oude Charitas werd afgebroken en het nieuwe Onze Stede kwam ervoor in de plaats. Aan de tekentafel bij architect Van Oorschot kreeg ik best veel invloed. De eerste reactie op mijn ideeën was wel regelmatig dat het niet kon. Uiteindelijk bleek het vaak wel te kunnen. De appartementen mochten maximaal 27 m2 meter zijn, dat waren regels van de overheid. Met wat handige aanpassingen kregen de bewoners wat meer ruimte. Ik wilde ook graag balkons met openschuivende deuren. Kon aanvankelijk niet, maar uiteindelijk toch wel”.

Opbrengst ziekenkamer

Het aantal bewoners moest terug van 168 naar 114. We moesten ook een ziekenkamer inrichten. Dat vond ik belachelijk. Wanneer de bewoners ziek zouden zijn, konden ze toch prima op hun eigen appartementje verblijven. Omdat er een wachtlijst was en er ook regelmatig spoedgevallen waren, konden we de zes bedden op de ziekenkamer goed bezetten en daardoor bracht dat goed op, want er werd per bed hetzelfde betaald als voor een kamer. We hielden zo jaarlijks een ton over en dat geld kon besteed worden aan onze activiteiten voor de bewoners.”

Veel leuke activiteiten

“En activiteiten waren er volop. Een mosselmaaltijd in september, een palingmaaltijd, gestoofd of gebakken naar keuze, diverse streekmaaltijden, de bewoners waren er gek op. En ik kon rondgaan met de wijn. We huurden een boot bij Gladines op de Welberg en gingen vissen op het Volkerak. Als er wat werd gevangen maakte onze kok dit na afloop klaar. Was er geen vangst, dan kwam de vis van de visboer.
Elk jaar was er ook een bedevaart met pater Van de Sant. Na de kerkdienst gezellig het restaurant in.
We maakten bijvoorbeeld ook een busreis naar Oslo. Dat was een belevenis voor de mensen, iets dat ze nog niet eerder mee hadden gemaakt. Ze aten daar ook zaken die geheel nieuw voor hen waren. Het was een prachtige reis.
Chinees eten? Dat hadden veel bewoners nog nooit gedaan. We huurden het tegenover gelegen Chinees restaurant af. Ze vonden het geweldig.

Voor het tuinfeest schafte ik drie buksen aan. We hielden schietwedstrijden met als hoofdprijs een vliegtochtje boven Steenbergen en omgeving. De heer Van Tilburg uit St Philipland was de winnaar. Toen hij overvloog werd hij begroet door onze bewoners met wapperende lakens en slopen. Geweldig!

Ik kan het niet genoeg benadrukken. We hadden een team met enorm betrokken en zorgzame medewerkers. Samen zorgden we ervoor dat ‘Gesticht’ Charitas en later Onze Stede een tehuis werd voor de bewoners, hùn huis. Als we terugkwamen van een activiteit deed het me goed om bewoners te horen zeggen: “We gaan weer naar huis”.

‘Weg met het ondertekenen van het huishoudelijk reglement’

“Een van de vele zaken die ik heb laten schrappen was het ondertekenen van het ‘Huishoudelijk reglement’. Ook zo’n regel van de overheid waarin tal van zaken stonden die de bewoners moesten doen of niet mochten doen. Ze moesten tal van dwaze dingen ondertekenen. Ik heb dat afgeschaft en er in al die jaren nooit meer iets over gehoord.
Vrouwelijke bewoners mochten geen mannenbezoek op de kamer in het oude Charitas. Ook die regel werd afgeschaft. Dronkenschap kwam ook regelmatig voor en de nonnen wisten niet goed hoe ze daar mee om moesten gaan. Ze dachten meer aan straffen. Ik heb ze aangegeven dat een dronken bewoner het beste rustig op bed kon worden gelegd en de tijd moest krijgen om zijn dronkenschap te verwerken. Dat gaf veel minder problemen en was ook beter voor de betrokkene”.

“U hebt er geen verstand van”

“Na een poosje werd ik aangesproken door een paar nonnen die zich zorgen maakten over mijn beleid. “U hebt geen verstand van het werk. Wij vinden het daarom niet goed dat u onze directeur bent”, zo kreeg ik te horen. Mijn antwoord was helder: “Een directeur van een schoenfabriek hoeft toch ook niet zelf schoenmaker te zijn. Daar heeft hij bekwame mensen voor. Dat geldt ook voor mijn werk. Ik geef aan wat het doel is, onze medewerkers voeren het uit”.
Tijdens een bestuursvergadering waaraan ook de Vicaresse en moederoverste deelnamen, kreeg ik van de laatst genoemde kritiek: “U verwent onze zusters teveel”. Achter de rug van moeder overste kreeg ik echter een duim omhoog van de Vicaresse, zij gaf daarmee aan dat ik op de goede weg was”.

Over al die jaren kan ik nog zoveel vertellen. Elke dag nog denk ik er met plezier aan terug. Mijn doel was om het leven van onze bewoners weer wat te laten bruisen. Ik was heel dankbaar voor het krijgen van mijn baan. Het meest genoot ik ervan als ik bewoners zag lachen”.

Door: Peter Vermeulen

Uit de Steenbergse Courant