Toost met bubbels op het leven van René de Theije
STEENBERGEN - Opgeschrikt door het klappen van honderden handen, draven twee pony’s rondjes in hun wei aan de Boswijkdreef in het Oudland tussen Steenbergen en Moerstraten. Ver boven hen zweeft een buizerd onverstoorbaar verder tegen een strakblauwe hemel. Een schaap en haar lammeren kijken toe hoe hun verzorger voor de laatste keer uit de poort van Hoeve Boschwijk rijdt. Wordt gereden. In een kist van gevlamd essenhout, afkomstig uit eigen tuin. Links naast de poort een wit bordje met groene tekst en een pijl: AED om de hoek. Het is de ironie ten top want om diezelfde hoek overleed dierenarts René de Theije op Eerste Paasdag aan de gevolgen van een hartaanval. Reddeloos verloren voor het leven. Hij maakt er 64 jaar deel van uit, maar heeft er volgens zijn naasten 94 jaar aan vreugde uitgehaald.
René zou genoten hebben van een stralende dag als afgelopen zaterdag. Zo’n dag waarop alles mogelijk was. Ontmoetingen met oude bekenden, nieuwe mensen om te leren kennen; selfies maken met allebei. Kleine avonturen, grote verwondering. Thuiskomen bij Klim: “Waar ik nou toch geweest ben vandaag!” Gevolgd door een gedetailleerd verhaal. “Het kan ook korter hè René,” zou ze na een poosje zeggen.
Warm welkom en een taakje
René zou genoten hebben van het gezoem van mensen in en om de hoeve die hij samen met een legioen aan vaste ‘mannetjes’, 35 jaar lang verbouwde en verbeterde. Hij zou familie, vrienden en goede bekenden opgewacht hebben met een warm welkom en een taakje. Want gastvrijheid op Hoeve Boschwijk stond voor samen dingen doen. Of dat nu eten bereiden was of de dieren verzorgen. Juist die vanzelfsprekende betrokkenheid maakte dat mensen zich snel thuis voelden rond René.
Rond brilletje
Hij zou zeker genoten hebben van het programma van de dag. Alles erop en eraan. Een mooie tent, goede muziek, lekker eten en drinken, bubbels en vele, goede speeches. Er werd geklapt, gelachen en gehuild. Vooral veel gehuild. Want de hoofdpersoon van al die verhalen keek niet tevreden glimlachend toe met glinsterende ogen achter een rond brilletje, petje op zijn hoofd. Hij lag stil in een kist op hooibalen.
Mensen, dieren, papier
Misschien was hij er wel bij. Het is te hopen, want dan hoorde hij de mooie woorden die als een warme mantel over hem gelegd werden. Over zijn aanstekelijk enthousiasme en zijn vermogen om mensen aan hem te binden en vooral met elkaar te verbinden. Over zijn betrokkenheid, op de eerste plaats bij zijn gezin waar hij alles voor liet vallen wanneer dat nodig was. Over vriendschap, collegialiteit, trouw.
En natuurlijk over zijn liefde voor de dieren die hem al die jaren geleden naar Steenbergen bracht. Hij werd aangenomen door Piet Mangnus en werd uiteindelijk medeoprichter van de Dierenkliniek Steenbergen aan de Kruispoort, sinds kort Wipstraat. Decennia waarin hij talloze vriendschappen opbouwde met collega’s en cliënten. Met name onder de boeren waarvan velen aanwezig waren bij zijn uitvaart. De dag waarop René stierf, regende het zout water op de akkers van Steenbergen. “Eerst de mensen, dan de dieren, dan de papieren,” was één van de vele gevleugelde uitspraken die hij erop nahield en waarvoor hij gewaardeerd werd.
Altijd kwijt
Over de doden niets dan goeds, klinkt het gezegde. Volgens zijn naasten was er ook weinig kwaads over hem te vertellen. Gekmakend bij vlagen, dat was hij wel. Jongste dochter Xara: “Wanneer je met pap op pad ging, waren er twee scenario’s: of je was hem kwijt omdat hij een oude bekende tegen het lijf liep, of je was hem kwijt omdat hij nieuwe mensen ontmoette.” Zelfs op de Weissensee waar hij samen met Ties en een groep skeeler-/schaatsvrienden de Alternatieve Elfstedentocht meermalen volbracht, stonden de ontberingen van de rit niet in de weg voor het maken en aanhalen van vriendschappen.
Nooit iets weggooien
Wars van etiquette en opgeprikte verwachtingen. Aangeboden lidmaatschappen van serviceclubs wees hij altijd resoluut af. “Ik kies mijn eigen vrienden wel, zei hij altijd. Maar dat vond hij dan ook wel weer bijzonder van zichzelf. Wat dat betreft was hij een beetje ijdel,” glimlacht oudste zoon Jilles, eveneens dierenarts.
“Pap was al duurzaam, voordat dat een ding werd,” vertelt hij verder. “Lamsvlees uit eigen stal, groente en fruit uit eigen tuin of van boeren uit de buurt. En nooit, nooit iets weggooien.” De vouwwagen ging al 25 jaar mee naar Frankrijk en zou nog wel een paar jaartjes meegaan. Net als de gordijnen die voor Klim, met wie hij sinds de middelbare school samen was, inmiddels een doorn in het oog waren: “Waarom zou ik ze wegdoen?,” vroeg hij wanneer ze er over begon. “Ik doe jou toch ook niet weg?.” Einde discussie.
Laarsjes en een rode overall
René hield niet van verandering. Op die regel was één uitzondering. Hij omarmde het opa-zijn toen zich dat twee jaar geleden aandiende. De kleine Noor, dochter van oudste dochter Veerle, werd zijn oogappel. Zodra ze kon lopen, kreeg de kleine meid laarsjes en een rode overall en trok zij met opa naar de kippen en de schaapjes. Samen-tijd, daar hadden ze niemand anders bij nodig. Afgelopen zaterdag speelde Noor rond de kist tijdens opa’s uitvaart. Bliksemafleider van de afgelopen week. “Opa niet hier. Opa dood”, om daarna het leven met de verwondering van een kind tegemoet te treden. Net als opa.
Door: Dasja Abresch


